woensdag 29 november 2023

 Microfoons (3)

In mijn eerste blog is te lezen dat er eigenlijk geen goede of slechte microfoons zijn. Natuurlijk hebben bepaalde microfoons een klank die we niet prettig vinden. Wie de oude grijze telefoons nog kent, weet dat die de typische telefoonstem opleverde met een smal frequentiespectrum. Goed om spraak verstaanbaar over de lijn te krijgen, maar niet geschikt om een luisterliedje op te nemen. Toch is dat typische geluid gebruikt voor de zangpartij van het nummer ‘I’m sorry sir’ van Mike Rondell (https://www.youtube.com/watch?v=dfP-7x0Md9g) dat in 1975 een bescheiden succes was en gewoon nog steeds een leuk nummer. 


Maar wat bepaalt nu de klank van een microfoon vroeg ik me af. Het eerste is natuurlijk het membraan dat de geluidstrillingen opneemt. Bij een dynamische microfoon is dat een membraan met daaraan een spoel van dun koperdraad. Doordat die spoel een bepaald gewicht heeft die door het membraan gedragen moet worden. Dat membraan moet dus een bepaalde stijfheid hebben en het gewicht van het koper zorgt voor massatraagheid met als gevolg dat hogere frequenties minder goed worden opgenomen dan lagere tonen. Het gevolg is dat dit soort microfoons gewoonlijk een wat warmere karakteristiek heeft, alhoewel bijvoorbeeld de aloude Sennheiser MD421 verrassend helder van klank is. Bij condensatormicrofoons is het juist het dunne membraan (soms met een dikte van 3 micrometer veel dunner dan een haar) dat zorgt voor een snelle reactie op pieksignalen en een goede opname van hoge tonen. Tegelijk kan een dergelijke microfoon daardoor dun of schel gaan klinken, afhankelijk van het instrument of de persoon die wordt opgenomen. Een ribbonmicrofoon zit daar qua klank meestal een beetje tussenin en is vaak wat zijde-achtig van klank.


Wat moet je kiezen

Een goede microfoon hoeft niet onbetaalbaar te zijn, en een dure microfoon is niet per definitie de meest bruikbare. Merken als Rode en Aston maken fantastische microfoons die qua klank niet onderdoen voor exemplaren die letterlijk tien keer zo duur zijn. Dat heeft allemaal te maken met een natuurwet die aangeeft dat prijzen exponentieel toenemen ten opzichte van de kwaliteit. De allergoedkoopste microfoons kun je bijvoorbeeld bij een winkel als Action vinden. Ze doen het, en daar is alles mee gezegd. De klank is schel en metalig, en ze nemen alle geluiden uit de wijde omgeving op. Tegelijk betaal je een paar euro, en voor het duurste exemplaar - vintage look en kleurige verlichting erin - een euro of tien. De daadwerkelijke microfoon is overigens niet meer dan een euro waard. Je betaalt vooral voor het uiterlijk.


Microfoon of auto

Aan de andere kant hoef je echt niet op Reverb.com te zoeken naar een originele Neumann U47 voor een prijs waar je een auto voor kunt kopen. Tussen de Action en Neumann is een groot gebied waarin voor iedereen wel een bijzonder goed bruikbare microfoon te vinden is. Koop liever geen Samson of Behringer of iets anders uit die klasse, ook al zien ze er mooi uit. Voor deze microfoons betaal je vooral voor het uiterlijk, niet voor de kwaliteit. En je kunt beter een fatsoenlijke microfoon kopen dan drie minder goede voor dezelfde prijs. Voor de meeste thuisstudio’s is een microfoon in de prijsklasse tussen ca. 100 en 350 euro eigenlijk de beste keuze. In de lagere prijsklasse is het geluid zonder meer goed en vooral ook toekomstbestendig - je hebt dan een microfoon die jarenlang nog net zo goed bruikbaar is. Een goedkopere microfoon moet je gewoon niet doen.


Wat wil je opnemen

Voor je tot aanschaf overgaat is het belangrijk om te kijken wat je wilt opnemen. De richtinggevoeligheid is daarbij een belangrijke factor: wil je in een huiskamer zang gaan opnemen zonder goede akoestische demping, dan moet de microfoon vooral niet rondomgevoelig zijn, en ook een condensatormicrofoon valt dan eigenlijk al af. Die microfoons zijn erg gevoelig op afstand waardoor alle reflecties in de opname zullen komen - met een doosachtig geluid tot gevolg. Een simpele SM58 kan dan de beste en voordelig keus zijn. Dit is een dynamische microfoon die een klassieker is onder de zangmicrofoons. En voor een prijs van rond de 100 euro zeer betaalbaar. Bovendien is het een microfoon die je de rest van je leven zult gebruiken omdat hij gewoon goed werkt voor heel veel stemmen, maar ook voor elektrische gitaar of drums een prima oplossing. 


Wil je akoestische instrumenten opnemen, dan is een condensatormicrofoon waarschijnlijk een betere keuze. Voor zang hangt het af van de stem, alhoewel de equaliser van je DAW heel veel kan verzachten als het te schel gaat klinken. Vooral bij hogere vrouwenstemmen kan dat een prima oplossing zijn. Een microfoon die inmiddels een klassieker genoemd mag worden is de Rode NT1 die duurder is dan de Shure maar nog steeds heel betaalbaar is met prijzen van rond de 150 euro. Ook dat is een microfoon waar je lang plezier van kunt hebben.


De top voor thuis

Wil je een stapje hoger, dan is Aston een prachtige keuze met de Origin als instapmodel voor de studio. Kost weer zo’n anderhalf keer zoveel, maar dan heb je een microfoon die zich kan meten met merken die minstens vijf keer zo duur zijn. En wil je echt een universele microfoon met omschakelbaar patroon, dus nier-, acht- en rondomgevoeligheid, dan is de Aston Spirit een keuze waar je geen spijt van zult hebben. Daarmee kun je eigenlijk alles aan. Een SM58 kan een goede aanvulling zijn op termijn - of juist als instapkeuze die je nooit meer weg zult doen.


Een aanvullende stap is een ruimte die akoestisch zodanig is dat je fatsoenlijk kunt opnemen met je microfoon, maar dat is een onderwerp voor een volgende blog.

vrijdag 10 februari 2023

Microfoons (2)


In mijn vorige blog gaf ik al aan dat er geen universele microfoon bestaat die overal goed klinkt. Het karakter van de microfoon in combinatie met dat van de geluidsbron bepalen wat goed klinkt. Maar er komt meer bij kijken. De gevoeligheid is een ding - iemand die luisterliedjes zingt produceert nu eenmaal minder geluid dan een Marshall 4x12 stack op vol vermogen - de richtinggevoeligheid is een ander belangrijk aspect.


Globaal zijn er drie soorten richtingkarakteristiek: bol-, nier- en 8-gevoeligheid. Die benamingen zijn een directe vertaling van de richting waarin de microfoon gevoelig is als we een doorsnede nemen door het opnamevlak.


Bolkarakteristiek

De eerste, de bolkarakteristiek, geeft aan dat de microfoon vanaf het opnamevlak aan alle kanten even sterk opneemt. Dus voor, zij, maar ook achter, boven en onder. Het is een perfecte eigenschap als je bijvoorbeeld een zangroep om de microfoon laat plaatsnemen: alle zangers zullen goed worden opgenomen. Nadeel is wel dat de akoestiek van de ruimte in dit geval vooral reflecties van de vloer en het plafond, ook duidelijk worden opgenomen. In een concertzaal is of kerk kan het juist de opname verlevendigen omdat de galm van de hele ruimte wordt meegenomen. Als het een kleinere ruimte is, bijvoorbeeld een niet goed gedempte huiskamer, dan kan het juist een ‘dozig’ geluid veroorzaken door de korte reflectietijden.


In de meeste gevallen zal het hier trouwens om een condensatormicrofoon gaan.


Nierkarakteristiek

De tweede, en eigenlijk meestvoorkomende, is de nierkarakteristiek. Deze vorm kunnen we in drie dimensies vergelijken met een opgeblazen ballon die we stevig tegen de microfoon aandrukken. De doorsnede lijkt dan wat op een nier, met het opnamevlak in het holle deel van de vorm. Aan de voor- en zijkanten wordt het geluid goed opgenomen, maar meer naar achteren toe wordt de gevoeligheid duidelijk minder. Helemaal nul is het in de praktijk nooit, maar er twee zangers tegeniover elkaar staan te zingen met de microfoon op een van beide gericht, dan zal de ander in de praktijk niet of nauwelijks in de opname te horen zijn. Door de richtinggevoeligheid zal de ruimte een veel mindere rol in de opname spelen, waardoor dit soort microfoons worden gebruikt wanneer het geluid uit een bepaalde richting komt, wat het geval is bij zang, instrumenten en groepen.


Belangrijk voordeel is ook dat omgevingsgeluid minder ‘doorlekt’, waardoor andere instrumenten minder hoorbaar zijn. Ook voor op het podium is het prettig omdat het geluid van de PA minder wordt opgepikt, en dus de kans op rondzingen vermindert.


Het is een typische karakteristiek van de dynamische microfoon, maar ook het overgrote deel van de condensatormicrofoons heeft deze karakteristiek.


Supernierkarakterstiek

Sommige microfoons hebben een zogeheten supernierkarakteristiek. Hierbij is de gevoeligheid aan de zijkant duidelijk minder. Ook de lange richtmicrofoons (‘shotgun’) zijn aan de zijkant weinig gevoelig en hebben in extreme gevallen meer een karakteristiek die op een trechter lijkt. Dit wordt bewerkstelligd door een slimme constructie van de buis waarin het opnemerelement zit, die ervoor zorgt dat het grootste deel van de zijdelingse geluiden worden uitgedoofd. Het voert tever om hier uit te leggen hoe het werkt. Het zijn microfoons die we vooral zien bij filmopnamen en verslaggevers doordat de omgevingsgeluiden sterk worden afgedempt, en dus de geluidsbron minder verstoren. Vooral de hengel- of boommicrofoons die van bovenaf acteurs moeten opnemen zijn een bekend voorbeeld.


8-karakteristiek

Tot slot hebben we nog de 8-karakteristiek die eruitziet als twee ballen die aan weerszijden tegen de microfoon worden gehouden. Zowel voor als achter wordt het geluid duidelijk opgenomen, maar aan de zijkant nauwelijks. Het wordt onder andere gebruikt in de studio om twee zangers tegenover elkaar te zetten.


Deze microfoons lenen zich geweldig voor ruimtelijke stereo-opnamen met de zogeheten Blumlein-opstelling, vernoemd naar de bedenker ervan. Hierbij worden de microfoons zo dicht mogelijk boven elkaar gezet zodat de opnamevlakken een kruis vormen en de karakteristiek vier tegen elkaar liggende bolletjes vormt die (toevallig) aan een bloem doet denken.


Met deze opstelling worden zowel de geluidsbron als de reflecties goed opgenomen, wat een verrassend ruimtelijk geluidsbeeld oplevert. Vooral akoestische instrumenten en zang leveren een prachtig resultaat op met deze techniek. Zelf wil ik het nog eens met buitenopnamen proberen, wat ook goed zou moeten werken.


De ribbon- of bandmicrofoon heeft door zijn constructie van nature de voor- en achtergevoeligheid die de 8-vorm oplevert. Ook  multi-pattern condensatormicrofoons kennen eigenlijk altijd wel een optie voor deze karakteristiek. 


Instelbare karakteristiek

Veel condensatormicrofoons hebben een instelbare karakteristiek. Dit varieert van omschakelbaar tussen de drie, maar een enkeling heeft een traploos instelbare karakteristiek. Doordat deze condensatormicrofoons voor en achter een membraan hebben kan het signaal in fase (niervorm) en in tegenfase (8-vorm) worden geschakeld. Door de signaalverhouding tussen de beide membranen met elkaar te mengen, ontstaan de tussenvormen. Een enkele fabrikant als Lewitt gaat zover met de LCT 640 TS dat alle signalen meerkanaals worden opgenomen en de richtinggevoeligheid in de mix nog kan worden aangepast.