vrijdag 10 februari 2023

Microfoons (2)


In mijn vorige blog gaf ik al aan dat er geen universele microfoon bestaat die overal goed klinkt. Het karakter van de microfoon in combinatie met dat van de geluidsbron bepalen wat goed klinkt. Maar er komt meer bij kijken. De gevoeligheid is een ding - iemand die luisterliedjes zingt produceert nu eenmaal minder geluid dan een Marshall 4x12 stack op vol vermogen - de richtinggevoeligheid is een ander belangrijk aspect.


Globaal zijn er drie soorten richtingkarakteristiek: bol-, nier- en 8-gevoeligheid. Die benamingen zijn een directe vertaling van de richting waarin de microfoon gevoelig is als we een doorsnede nemen door het opnamevlak.


Bolkarakteristiek

De eerste, de bolkarakteristiek, geeft aan dat de microfoon vanaf het opnamevlak aan alle kanten even sterk opneemt. Dus voor, zij, maar ook achter, boven en onder. Het is een perfecte eigenschap als je bijvoorbeeld een zangroep om de microfoon laat plaatsnemen: alle zangers zullen goed worden opgenomen. Nadeel is wel dat de akoestiek van de ruimte in dit geval vooral reflecties van de vloer en het plafond, ook duidelijk worden opgenomen. In een concertzaal is of kerk kan het juist de opname verlevendigen omdat de galm van de hele ruimte wordt meegenomen. Als het een kleinere ruimte is, bijvoorbeeld een niet goed gedempte huiskamer, dan kan het juist een ‘dozig’ geluid veroorzaken door de korte reflectietijden.


In de meeste gevallen zal het hier trouwens om een condensatormicrofoon gaan.


Nierkarakteristiek

De tweede, en eigenlijk meestvoorkomende, is de nierkarakteristiek. Deze vorm kunnen we in drie dimensies vergelijken met een opgeblazen ballon die we stevig tegen de microfoon aandrukken. De doorsnede lijkt dan wat op een nier, met het opnamevlak in het holle deel van de vorm. Aan de voor- en zijkanten wordt het geluid goed opgenomen, maar meer naar achteren toe wordt de gevoeligheid duidelijk minder. Helemaal nul is het in de praktijk nooit, maar er twee zangers tegeniover elkaar staan te zingen met de microfoon op een van beide gericht, dan zal de ander in de praktijk niet of nauwelijks in de opname te horen zijn. Door de richtinggevoeligheid zal de ruimte een veel mindere rol in de opname spelen, waardoor dit soort microfoons worden gebruikt wanneer het geluid uit een bepaalde richting komt, wat het geval is bij zang, instrumenten en groepen.


Belangrijk voordeel is ook dat omgevingsgeluid minder ‘doorlekt’, waardoor andere instrumenten minder hoorbaar zijn. Ook voor op het podium is het prettig omdat het geluid van de PA minder wordt opgepikt, en dus de kans op rondzingen vermindert.


Het is een typische karakteristiek van de dynamische microfoon, maar ook het overgrote deel van de condensatormicrofoons heeft deze karakteristiek.


Supernierkarakterstiek

Sommige microfoons hebben een zogeheten supernierkarakteristiek. Hierbij is de gevoeligheid aan de zijkant duidelijk minder. Ook de lange richtmicrofoons (‘shotgun’) zijn aan de zijkant weinig gevoelig en hebben in extreme gevallen meer een karakteristiek die op een trechter lijkt. Dit wordt bewerkstelligd door een slimme constructie van de buis waarin het opnemerelement zit, die ervoor zorgt dat het grootste deel van de zijdelingse geluiden worden uitgedoofd. Het voert tever om hier uit te leggen hoe het werkt. Het zijn microfoons die we vooral zien bij filmopnamen en verslaggevers doordat de omgevingsgeluiden sterk worden afgedempt, en dus de geluidsbron minder verstoren. Vooral de hengel- of boommicrofoons die van bovenaf acteurs moeten opnemen zijn een bekend voorbeeld.


8-karakteristiek

Tot slot hebben we nog de 8-karakteristiek die eruitziet als twee ballen die aan weerszijden tegen de microfoon worden gehouden. Zowel voor als achter wordt het geluid duidelijk opgenomen, maar aan de zijkant nauwelijks. Het wordt onder andere gebruikt in de studio om twee zangers tegenover elkaar te zetten.


Deze microfoons lenen zich geweldig voor ruimtelijke stereo-opnamen met de zogeheten Blumlein-opstelling, vernoemd naar de bedenker ervan. Hierbij worden de microfoons zo dicht mogelijk boven elkaar gezet zodat de opnamevlakken een kruis vormen en de karakteristiek vier tegen elkaar liggende bolletjes vormt die (toevallig) aan een bloem doet denken.


Met deze opstelling worden zowel de geluidsbron als de reflecties goed opgenomen, wat een verrassend ruimtelijk geluidsbeeld oplevert. Vooral akoestische instrumenten en zang leveren een prachtig resultaat op met deze techniek. Zelf wil ik het nog eens met buitenopnamen proberen, wat ook goed zou moeten werken.


De ribbon- of bandmicrofoon heeft door zijn constructie van nature de voor- en achtergevoeligheid die de 8-vorm oplevert. Ook  multi-pattern condensatormicrofoons kennen eigenlijk altijd wel een optie voor deze karakteristiek. 


Instelbare karakteristiek

Veel condensatormicrofoons hebben een instelbare karakteristiek. Dit varieert van omschakelbaar tussen de drie, maar een enkeling heeft een traploos instelbare karakteristiek. Doordat deze condensatormicrofoons voor en achter een membraan hebben kan het signaal in fase (niervorm) en in tegenfase (8-vorm) worden geschakeld. Door de signaalverhouding tussen de beide membranen met elkaar te mengen, ontstaan de tussenvormen. Een enkele fabrikant als Lewitt gaat zover met de LCT 640 TS dat alle signalen meerkanaals worden opgenomen en de richtinggevoeligheid in de mix nog kan worden aangepast.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten